Afgelopen week heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een beroepszaak waarbij een vrouw uit Utrecht beroep had ingesteld tegen het besluit van het hoofdstembureau, omdat de stembureau de kieslijst van de SGP, waar geen vrouwen op staan, had goedgekeurd. Volgens de vrouw had de kandidatenlijst ongeldig verklaard moeten worden. De vrouw beriep zich op het arrest van de Hoge Raad van 9 april 2010 waarin werd geoordeeld dat Nederland in strijd handelt met het VN Vrouwenverdrag door het vrouwenstandpunt van de SGP te gedogen.
Reeds in 2005 werd door de rechtbank geoordeeld dat Nederland met het gedogen van het vrouwenstandpunt van de SGP in strijd handelt met het Vrouwenverdrag. In 2007 werd deze verklaring in hoger beroep door het gerechtshof bekrachtigd. Als gevolg van de uitspraak van de rechtbank draaide de Staat de subsidiekraan voor de SGP dicht. Daarop wijzigde de SGP haar statuten zodanig dat ook vrouwen lid van de partij konden worden. De partij bleef vrouwen echter wel uitsluiten van het passief kiesrecht. De subsidie voor de SGP kwam weer op gang nadat de Raad van State eind 2007 had geoordeeld dat het Vrouwenverdrag niet belet dat de Staat subsidie geeft aan de SGP. In cassatie stond het feit dat de SGP vrouwen nog steeds uitsluit van het passief kiesrecht centraal. Op 9 april 2010 heeft de Hoge Raad de uitspraak dat Nederland in strijd handelt met het Vrouwenverdrag in stand gehouden.
Afgelopen week heeft de Raad van State beslist dat het hoofdstembureau de kandidatenlijst van de SGP (waar geen vrouwen op staan) terecht geldig heeft verklaard. Het beroep van de vrouw uit Utrecht werd dus ongegrond verklaard. De Raad van State leidt uit het arrest van de Hoge Raad van 9 april 2010 af dat het volgens de Hoge Raad het aan de wetgever is om maatregelen te treffen teneinde ervoor te zorgen dat vrouwen voor de SGP verkiesbaar zijn. De Staat dient immers maatregelen te treffen die ertoe leiden dat ook de SGP zich gewoon houdt aan het vrouwenkiesrecht. De Raad van State is van oordeel dat het hoofdstembureau alleen behoefde te toetsen of de kandidatenlijsten voldoen aan formele eisen die in de Kieswet zijn opgenomen.
De bal ligt nu dus bij de politiek. Hoe lang blijft Nederland nog in strijd handelen met het VN Vrouwenverdrag? Of vindt de meerderheid van de politiek dat de SGP met een beroep op godsdienstvrijheid het recht heeft vrouwen niet verkiesbaar te stellen? Past het een seculiere Staat toe te staan dat vrouwen met beroep op godsdienstvrijheid worden geweigerd op een kieslijst? Naar mijn mening niet. Het feit is dat de wetgever na 9 april 2010 geen maatregelen heeft getroffen. Het wordt dus hoog tijd dat er nu eindelijk eens een politieke afweging van belangen gaat plaatsvinden.
Tags: discriminatie, kiesrecht, raad van state, seculier, sgp, vrouwenstandpunt, vrouwenverdrag